Gedachten en gevoelens sturen je gedrag
Fieke werkt veel met oncologische patiënten. Mensen bij wie het leven soms plots op z’n kop staat. ‘Ineens is daar een diagnose. Angst, onzekerheid. Wat gaat het me brengen? Mensen moeten een weg vinden in verdriet en verlies.’ In haar werk ziet ze hoe sterk gedachten en gevoelens gedrag sturen. ‘Mensen durven soms niet meer te bewegen. Of blijven hangen in angst. Terwijl je ziet: dit bepaalt nu hun gedrag.’ Dat inzicht had ze al, maar kreeg door ACT meer diepte. ‘Ik voer mijn gesprekken nu anders dan hiervoor.’ Voor haar werd nog duidelijker: gedrag is altijd verbonden met wat iemand heeft meegemaakt. ‘Je levenservaringen bepalen je gedrag en je overtuigingen. En daar ben je niet altijd bewust van.’
Het inzicht: er is altijd een keuzepunt
Wat voor Fieke echt veranderde, is het besef dat er altijd een moment van keuze is. ‘Ik merk nu pas echt dat mijn gedachten en gevoelens mijn gedrag zo beheersen.’ Maar juist daar zit ruimte. ‘Ga ik mee in die gedachte? Of kies ik voor wat ik echt belangrijk vind?’ Ze beschrijft het als een kruispunt in jezelf. ‘Je kunt kiezen voor waardengericht handelen, of voor vermijden. Dat je denkt: ik wil dit niet voelen, dus ik ga iets anders doen.’ Dat inzicht maakt gedrag niet alleen begrijpelijker, maar ook beïnvloedbaar.
Van de golfbaan naar het dagelijks leven
Dat werd voor haar heel concreet in haar eigen leven. ‘Ik ben best competitief. Dan wil ik goed zijn. Zodat mensen zeggen: wat doe je dat goed.’ Maar als dat niet lukt, gebeurt er iets anders. ‘Dan raak ik gefrustreerd. Dan loop ik ongezellig te doen, terwijl ik met vriendinnen aan het golfen ben.’ Door ACT ging ze daar anders naar kijken. ‘Waarom wil ik zo goed zijn? En wat is nu écht belangrijk voor mij?’ Het antwoord is nu duidelijker. ‘Ik loop hier met twee vriendinnen. Hoe leuk en gezellig is het? Dát is wat telt.’ Het inzicht zit niet in het wegnemen van die neiging, maar in het herkennen ervan en een andere keuze maken.
Niet oplossen, maar er anders mee leren omgaan
Voor Fieke zit de kracht van ACT niet in het oplossen van problemen, maar in hoe je ermee omgaat. ‘Je gumt niet weg dat je iets hebt meegemaakt. Dat kan ook niet. Maar je wilt niet dat het je leven blijft beheersen.’ Het gaat om bereidheid. ‘Dat je accepteert dat die gedachten en gevoelens er zijn. Dat ze er mogen zijn. Maar dat je kiest om ze niet je gedrag te laten bepalen.’ Dat ziet ze ook bij cliënten. ‘Mensen eten bijvoorbeeld te veel. Of drinken te veel. Of vermijden dingen. Dat doen ze niet zomaar. Dat is om pijn kwijt te raken.’ De echte vraag is: ‘Waarom doe ik dit steeds? Wat zit eronder?’
Van inzicht naar toepassing in de praktijk
ACT helpt haar om die laag zichtbaar te maken. Door te ervaren in plaats van alleen te praten. ‘Het fijne is dat het een experiëntiële gedragstherapie is. Niet alleen praten, maar ook doen. Oefenen. Voelen wat er gebeurt in het moment zelf.’ Dat maakt ook verschil in haar werk. ‘Theorie is leuk, maar oefenen is nog belangrijker. Je moet het op jezelf betrekken. Je moet jezelf onder ogen komen.’ Neem bijvoorbeeld bij een cliënt met angstklachten. ‘Alle gedachten gaan erover: wat als dit, wat als dat.’ In plaats van daarin mee te gaan, stelt ze nu een andere vraag. ‘Wat is belangrijk voor je? En helpen deze gedachten je om daar te komen?’
Een inzicht dat alles samenbrengt
Voor Fieke valt daarmee alles samen: haar achtergrond, haar werk en haar eigen ervaring. ‘Levenslooppsychologie kijkt naar mogelijkheden en krachten. ACT sluit daar heel mooi op aan.’ Wat blijft hangen, is het inzicht. ‘Dat je gedrag zo gestuurd wordt door je gedachten en gevoelens. En dat je daar een keuze in hebt.’ Dat is wat ze ook anderen gunt. ‘Bij elk moment in de dag is er namelijk een klein keuzepunt: doe ik iets om op korte termijn ongemak te verminderen, of doe ik iets dat me op langere termijn dichter brengt bij wat werkelijk belangrijk voor me is? Bij wie ik wil zijn en hoe ik wil leven? Als je mensen dat inzicht kunt geven… dat maakt zoveel verschil.’